#9 – Onderzoek naar voorlopige hechtenis en onschuldpresumptie

Onderzoek naar voorlopige hechtenis

In 2012 schreef ik mijn (strafrechtelijke) bachelorscriptie over de voorlopige hechtenis in het licht van de onschuldpresumptie.  Dat beginsel betekent dat een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, voor onschuldig moet worden gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. Pas na een (onherroepelijke) veroordeling wordt de verdachte een dader. Dit beginsel van de onschuldpresumptie is neergelegd in onder meer artikel 6 lid 2 EVRM en is een leidend beginsel voor het Nederlandse strafproces. Daarnaast geldt het recht op individuele vrijheid als fundamenteel grondrecht. In dit licht dienen verdachten zoveel mogelijk de berechting van hun zaak in vrijheid te kunnen afwachten. Dit beginsel lijkt tegenstrijdig te zijn met de voorlopige hechtenis, waarbij de verdachte gedurende het voorbereidend onderzoek van zijn vrijheid wordt beroofd terwijl hij nog niet schuldig is bevonden door de rechter. Dit is een ingrijpend dwangmiddel en heeft een problematisch karakter omdat het -evenals andere vrijheidsbenemende dwangmiddelen- inbreuk maakt op het recht op fysieke vrijheid van de persoon.

Ik concludeerde in mijn onderzoek dat Nederland koploper is als het gaat om de toepassing van voorlopige hechtenis. Er zijn weinig landen waarin verdachten op zo’n grote schaal van hun vrijheid worden beroofd voordat ze zijn veroordeeld. Toen was er ook al veel kritiek op het feit dat de voorlopige hechtenis steeds vaker en gemakkelijker wordt opgelegd in Nederland. Bij de door mij besproken wettelijke voorwaarden voor de toepassing van voorlopige hechtenis (en hoe daar door de rechters in de praktijk mee om wordt gegaan) werd duidelijk dat er een kloof bestaat tussen de theorie en de praktijk. Zo werd besproken dat de bovenmatige toepassing van de voorlopige hechtenis in het kader van de onschuldpresumptie niet geheel overeenstemt met de ultimum remedium-gedachte (Ultimum remedium is een term uit het Latijn die betekent: het laatste redmiddel. Het is dus iets dat wordt ingezet als alle andere mogelijkheden al geprobeerd zijn) en ook werd de gebrekkige motivering door de Nederlandse rechter aan de kaak gesteld. Deze motivering bestaat in regel uit niet veel meer dan het aanvinken van de wettelijke gronden, terwijl de rechter verplicht is om specifiek in te gaan op de aangevoerde feiten en omstandigheden. Ook blijken er in de praktijk vaak andere motieven schuil te gaan achter de oplegging van de voorlopige hechtenis dan in de wettelijke gronden wordt geëist. De voorlopige hechtenis heeft in Nederland een punitief karakter (straf die tot doel heeft het gepleegde onrecht bij de dader te doen voelen) gekregen. Zij wordt vrijwel standaard toegepast in de gevallen waarin de wet haar mogelijk maakt. Naar alternatieven wordt niet of nauwelijks gekeken. Door de wenselijkheid van de maatschappij als belangrijk uitgangspunt te nemen, verdwijnen de wettelijke gronden naar de achtergrond.

Bijna 4 jaar later, in maart 2016, is er een rapport verschenen van het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden over de toepassing van de voorlopige hechtenis in Nederland. De praktijk roept in het licht van de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ook volgens de onderzoekers de nodige vragen op en zou moeten worden aangepast. De voornaamste conclusie van dit onderzoek is ook dat de Nederlandse wetgeving op het gebied van de voorlopige hechtenis over het algemeen aan de Europese standaarden voldoet, maar dat de feitelijke toepassing van de voorlopige hechtenis in de praktijk minder in lijn met deze standaarden; vooral het hoge percentage voorlopige gehechten in Nederland, de beperkte motivering van beslissingen en het beperkte gebruik van alternatieven voor de voorlopige hechtenis vallen op. Lees hier het volledige rapport.

Toch leuk dat ik vier jaar geleden al een soortgelijke conclusie had getrokken en fijn dat er nu aanbevelingen zijn gedaan aan de wetgever, de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie om deze praktijk meer in lijn te brengen met de Europese standaarden.

http://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2016/04/instituut-voor-strafrecht-en-criminologie-van-de-universiteit-leiden-presenteert-onderzoek-naar-de-nederlandse-praktijk-van-de-voorlopige-hechtenis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *