#3 – Niet-ontvankelijkheid van het OM vanwege schending eerlijk proces

Openbaar Ministerie

In mijn vorige artikel heb ik kort aangestipt dat indien de overheid (politie/openbaar ministerie) bemoeienis heeft gehad bij het verkrijgen van strafrechtelijk bewijs door een ‘opsporende burger’ tegen een verdachte, dit een strafprocessueel gevolg kan hebben. Dit wordt een vormverzuim genoemd. Een uitzonderlijk rechtsgevolg van een vormverzuim is de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, bijvoorbeeld vanwege schending van het recht op een eerlijk proces. In de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (29-01-2016) gaat het om de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie vanwege een schending van het recht op een eerlijk proces. Ik geef een samenvatting van dit arrest.

GETUIGE (A): EX-VRIENDIN VAN DE VERDACHTE

…Op 26 september 2012 heeft de ex-vriendin van de verdachte ten overstaan van de raadsheer-commissaris een getuigenverklaring afgelegd. Deze kwam kort gezegd op het volgende neer.

De ex-vriendin van de verdachte wilde een omgangsregeling tussen hem  en hun dochtertje voorkomen, omdat ze niet wilde dat hun dochtertje blootgesteld zou worden aan het criminele circuit waar verdachte zich volgens haar in zou bevinden. Ze zou regelmatig bij de politie zijn geweest om aangifte te doen van ruzies tussen haar en de verdachte. In die contacten met de politie zou er ook over hennep zijn gesproken. De politie adviseerde haar om bewijzen te zoeken tegen hem door bijvoorbeeld opnames te maken van gesprekken of foto’s te overleggen. Zij zouden specifiek bewijs aan haar hebben gevraagd en konden haar alleen helpen indien ze met bewijzen zou komen. Ze zou steeds contact hebben gehad met verschillende agenten.  Telkens als ze wat had gevonden, dan gaf ze die informatie door aan de politie.

Op 17 januari 2013 is de ex-vriendin gehoord door de rechter-commissaris. Bij die gelegenheid is zij teruggekomen op de door haar bij de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring. Ze zegt nu dat haar vorige verklaring niet klopt. De verdachte zou haar onder druk hebben gezet. De politie zou haar toch niet hebben gevraagd om dingen uit te zoeken. Al het aangeleverd bewijs zou allemaal op eigen initiatief zijn geweest.

Op 28 maart 2013 is de ex-vriendin doodgeschoten.

DE VERDEDIGING

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de politie in het onderzoek naar de mogelijke bezwarende verdenkingen jegens verdachte actief en sturend zou hebben aangedrongen bij de ex-vriendin om bewijs te verzamelen. Zonder dat daaraan een bevel van de officier van justitie ten grondslag is gelegd en zonder dat dit in processen-verbaal of mutaties is vastgelegd. Het door het hof opgedragen onderzoek daarnaar is niet grondig geweest en heeft niet tot opheldering geleid. Gelet daarop en gelet op het tijdsverloop in deze zaak valt niet te verwachten dat de gang van zaken alsnog verder zal worden opgehelderd. Die helderheid kan ook niet meer worden verschaft door de ex-vriendin van de verdachte, nu zij inmiddels om het leven is gebracht. Er is derhalve sprake van een onbehoorlijke opsporing, hetgeen naar het oordeel van de verdediging dient te leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

INBREUK VAN HET RECHT OP EEN EERLIJK PROCES

Een zo vergaande sanctie kan volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad alleen in uitzonderlijke gevallen volgen en alleen indien met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een goede procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Voor de vraag of er inbreuk is gemaakt op het recht op een eerlijk proces is bepalend of de procedure in zijn geheel – de wijze waarop het bewijs is vergaard inbegrepen – eerlijk is geweest. Factoren die daarbij van belang zijn, betreffen enerzijds de vraag in hoeverre de verdediging voldoende en adequate mogelijkheden heeft gehad om het bewijs en de bewijsvergaring aan te vechten, en anderzijds de vraag in hoeverre de wijze waarop het bewijs is vergaard heeft geleid tot twijfel over de betrouwbaarheid of nauwkeurigheid ervan.

OORDEEL EN UITSPRAAK VAN HET HOF

Het hof is van oordeel dat de verdediging op ontoelaatbare wijze is tekortgedaan in haar mogelijkheid het bewijs en de bewijsvergaring te controleren en aan te vechten. De rechten van de verdediging zijn door het toedoen van met de opsporing of vervolging belasten ambtenaren op een flagrante en niet te herstellen wijze geschonden. Die onregelmatigheden in het voorbereidend onderzoek hebben naar het oordeel van het hof ook een effect gehad op de eerlijkheid van de berechting in eerste aanleg. Dit alles leidt tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging. Het hof vernietigd het vonnis waarvan beroep en spreekt verdachte vrij.

***

http://www.bd.nl/regio/oss-uden-veghel-e-o/bernheze/politie-zette-volgens-advocaat-kwetsbare-moeder-in-als-spion-tegen-drugshandelaar-heesch-1.5556891#.Vq3b5NUeO74.twitter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *