#8 – Internetpesten

Internetpesten

Door de digitalisering is internetpesten een steeds groter wordend probleem. Uit de praktijk blijkt dat slachtoffers van internetpesten geïsoleerd of depressief kunnen raken en soms zelfs geen andere uitweg zien dan zelfmoord. Uit cijfers van het CBS (2014) blijkt dat bijna 8 procent van de jongeren van 15 tot 25 jaar ooit te maken hebben gehad met internetpesten en bij alle Nederlanders (van 15 jaar en ouder) is dit 3 procent. Het komt dus ook voor bij volwassenen. In het tv-programma  ‘Internetpesters aangepakt’ wordt aandacht besteed aan dit onderwerp. Hierin schiet misdaadverslaggever Peter R. de Vries mensen te hulp die via internet worden getreiterd, gestalkt of bedreigd. Hij probeert met zijn team de daders op te sporen en confronteert ze vervolgens met hun gedrag en zorgt ervoor dat ze worden aangepakt. Niet alle slachtoffers van internetpesten die hulp nodig hebben, kunnen natuurlijk bij Peter R. de Vries terecht. Daarom geef ik in dit artikel informatie en tips over (het tegengaan van) internetpesten en vertel ik wat een particulier recherchebureau zoals A FONDO hierin kan betekenen.

WAT IS INTERNETPESTEN?

Pesten heeft altijd al bestaan, maar in de hedendaagse samenleving wordt er vaak wel op een andere manier gepest dan vroeger. Er wordt nu meer gebruik gemaakt van de digitale mogelijkheden. Pesten door middel van informatie- en communicatietechnologie noemen we cyberpesten. Het klassieke pesten wordt omschreven als: “het opzettelijk kwetsen en het systematisch uitoefenen van psychische en/of  fysieke mishandeling waarbij het slachtoffer niet (meer) in staat is zichzelf te verdedigen.” Er moet sprake zijn van een fysieke of sociale machtsongelijkheid tussen de pester en het slachtoffer. Bij cyberpesten kan de machtsongelijkheid ook technologisch zijn, als daders bijvoorbeeld beter met een computer overweg kunnen dan hun slachtoffers. Het internet biedt ook anonimiteit, tijd- en plaatsonafhankelijkheid en beperkte supervisie, wat de drempel om te gaan pesten lager maakt dan bij het klassieke pesten. Via het internet heb je ook de mogelijkheid om snel veel mensen te kunnen bereiken en het neemt weinig tijd in beslag. Daarnaast wordt bij cyberpesters de empathie minder op de proef gesteld omdat zij niet zien welk effect het pesten heeft op het slachtoffer. Ze beseffen zo vaak niet hoe kwetsend het cyberpesten kan zijn.

VORMEN VAN INTERNETPESTEN

We kunnen de volgende vormen van cyberpesten onderscheiden:

  • Verbaal internetpesten. Hierbij worden er direct boodschappen gestuurd aan het slachtoffer met (seksueel) suggestieve ladingen. Slachtoffers kunnen ook afgeperst worden. Dit wordt online ‘steaming’ genoemd. Het slachtoffer wordt bedreigd en vernedert als hij bijvoorbeeld zijn geld niet geeft. Bij verbaal cyberpesten is ook ‘flaming’ mogelijk. Dit is het sturen van aggressieve, bedreigende, beledigende, vijandige of vernederende boodschappen via whatsapp, sms, e-mail of chat.
  • Non-verbaal internetpesten. Dit is het doorsturen en verspreiden van bedreigende, choquerende of pornografische foto’s, beelden of cartoons. Hieronder valt ook het bewerken en versturen van foto’s van het slachtoffer.
  • Fysiek internetpesten. Het inbreken en hacken in een computersysteem van een slachtoffer om wachtwoorden te wijzigen, informatie te stelen of paniek te zaaien. Ze laten de computer soms ook opzettelijk vast lopen door enorme bestanden te sturen die de computer niet kan verwerken. Daarnaast worden er virussen gestuurd waardoor de software in de computer wordt beschadigd.
  • Identity Fluidity. Bij deze vorm doet de pester zich voor als iemand anders door het aannemen van een andere identiteit met als doel het slachtoffer te misleiden. De pester komt zo aan vertrouwelijke informatie die gebruikt wordt om mee te pesten.
  • Outing. Hierbij wordt gênante of geheime informatie over het slachtoffer verspreidt. Bijvoorbeeld door middel van whatsapp- of chatgesprekken of vertrouwelijke e-mails.
  • Masquerade. Dit duidt op het misbruiken van de identiteit van het slachtoffer, bijvoorbeeld door deze persoon te registreren op een pornosite of door de elektronische identiteit van het slachtoffer over te nemen en zich als die persoon voor te doen in chatboxen of op sociale media.

VERSCHILLENDE SOORTEN PESTERS

De daders van internetpesten zijn onder te verdelen in vier categorieën:

  • Revenge of the nerds. Personen die op school of op het werk buiten de boot vallen en als nerds worden gezien, die dan online de macht grijpen.
  • Pesters die in het echte leven iets ervaren als onrechtvaardig en daardoor ‘terug vechten’ via internet. Denk dan bijvoorbeeld aan de vluchtelingencrisis waardoor personen online gaan discrimineren en schelden;
  • Personen die niet de intentie hebben om iemand te kwetsen of te beschadigen, maar die niet in de gaten hebben dat hun acties worden gezien als pesterijen.
  • Groepjes meiden of jongens die slachtoffers gaan pesten uit verveling, voor de grap of om stoer te doen.

WAT TE DOEN ALS SLACHTOFFER?

Slachtoffers van internetpesten nemen vaak contact op met de politie. Zij helpen echter meestal niet met het oplossen van het probleem omdat er (vanwege capaciteitstekort) niet genoeg aanleiding of bewijs is om tot actie over te gaan. Het inschakelen van een advocaat om een rechtszaak te beginnen kost veel geld en geeft ook geen garantie op succes en je bent al helemaal kansloos als je niet weet wie de dader is. Dat is ook moeilijk zelf te achterhalen omdat anonieme daders nu nog in ons rechtssysteem worden afgeschermd door de internetproviders. De providers verschuilen zich achter de Privacywetgeving en hun algemene voorwaarden. Peter R. de Vries is naar aanleiding van zijn tv-programma ‘Internetpesters aangepakt’ een petitie gestart om de wetgeving aan te laten passen, zodat internetslachtoffers het recht krijgen op de persoonsgegevens van de anonieme dader. Het doel van de nieuwe wet is om de positie van de slachtoffers te verbeteren. Daarnaast zal er ook een preventieve werking van uitgaan omdat de anonimiteit van een dader niet meer kan worden gegarandeerd. Ruim 80.000 mensen hebben de petitie inmiddels al getekend, meer dan voldoende om het onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen.

Het is fijn dat er naar deze wetgeving wordt gekeken door de overheid, maar wat kunt u als slachtoffer doen in de tussentijd? En wat als u überhaupt niet weet wat u aan moet met de eventuele informatie over de dader? Zoals in het begin van deze blog al genoemd, is Peter R. de Vries niet de enige die te hulp kan schieten bij internetpesten. Als recherchebureau kunnen wij dezelfde hulp bieden. Wij zijn ervaren in internetrecherche en het analyseren van berichten en gedragingen. Wij halen alles uit de kast om de dader op te sporen, te confronteren en eventueel daarna alsnog aangifte te doen bij de politie, maar nu met een onderbouwd dossier.

TIPS

Tot slot een aantal tips die ook worden gegeven op verschillende informatieve websites over internetpesten.

  • Reageer niet op de vervelende berichten die u ontvangt;
  • Geef nooit uw adres, achternaam en/of telefoonnummer aan iemand die u niet persoonlijk kent en vertrouwt;
  • Bewaar alle berichten of maak printscreens, zodat deze als bewijs kunnen worden gebruikt;
  • Chat alleen als u de ander kan blokkeren;
  • Houdt inlognamen en wachtwoorden geheim;
  • In het uiterste geval: Verander uw telefoonnummer en geef het nieuwe nummer alleen aan betrouwbare mensen.

Bent u of is uw kind slachtoffer van internetpesten? Aarzel dan niet en neem contact met ons op. Wij nemen uw zorgen uit handen.

***

BRONNEN

Vlaams Instituut voor Wetenschappelijk en Technologisch Aspectenonderzoek (2006), Cyberpesten.

Hinduja & Patchin (2010), Bullying, Cyberbullying and suicide.

Hinduja & Patchin (2009), Bullying beyond the schoolyard.

Nieuwsartikel nu.nl (2016), Peter R. de Vries haalt 80.000 handtekeningen op voor wet internetpesten. 

Meindert Tjerkstra (2011), Praktijkonderzoek: Internetpesten. Een oud probleem in een nieuw jasje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *